Molen paard Vermist !

 


Molenpaard vermist!


Dit artikel, waarvan de auteur en de bron onbekend zijn, wilden ik u niet onthouden. Het komt uit de nalatenschap van Gerrit van Driel Kluit, en werd aangeleverd en aangevuld door Debra van Driel Kluit. Vooral vanwege die aanvulling past het ook prima in een kersteditie.


In mijn archief bevindt zich een krant van een vergeelde slechte kwaliteit oorlogspapier, gedateerd 19 januari 1945. Eigenlijk is het woord "krant" hier nauwelijks op zijn plaats; een dicht bedrukt vod papier van 32x28 cm.


PAARD GESTOLEN

Woensdagochtend 6 uur is uit onze stal

Ommoordschestraat een paard (grote Vos) gestolen. Het spoor leidt naar Crooswijk. Wij betalen f 1500,--BELONING

aan hem of haar, welke inlichtingen verstrekken, welke leiden tot opsporing van het paard, en/of opsporing der daders. Ook dus bij uitsluitend opsporing der daders wordt deze beloning uitgekeerd. Geheimhouding verzekerd.

MOLEN DE NOORD, OOSTPLEIN, ROTTERDAM


Mijn fantasie zette zich aan het werk; een paard gestolen in de beruchte hongerwinter die op dat tijdstip op het hoogtepunt was. Dat beloofde niet veel goeds voor het dier! (en voor de rechtmatige eigenaar...)


Sinds 1920 was de familie Kluit huurder van de molen De Noord op het Oostplein te Rotterdam. Als iemand mij hier over kon inlichten was dat toch zeker wel Gerrit van Driel Kluit. Dus met een kopie van het bewuste krantje naar "De Drie Koornbloemen" in Schiedam. En inderdaad, Gerrit kon mij alles van deze geschiedenis vertellen. Gerrit is een boeiend verteller, een vergeelde advertentie kwam als het ware kleurrijk tot leven.


Het paard, een ruin, was nog niet zo heel lang in het bezit van de firma Kluit. Het dier telde achttien jaren, hetgeen voor een paard, zoals mij verteld is, een redelijk hoge leeftijd is. Hij kreeg bij de Kluiten de veelzeggende naam "Pax", vrede. "Het was een groot paard en had een ontzettend lief karakter," vertelt Gerrit met nog steeds enige weemoed in zijn stem. "Bovendien was hij oersterk, zeker voor zijn leeftijd. Hij trok zonder merkbare inspanning een wagen geladen met vijf ton graan!" Een paard, en zeker een paard met deze kwaliteiten was in die tijd een rijk

bezit. Evenals zoveel dingen, auto's, non-ferro metalen en wat dies meer zij, ontkwamen ook paarden niet aan vordering door de bezetters. De eigenaars kregen een lastgeving om met hun dieren ter keuring te verschijnen op een bepaalde locatie, voor Kluit was dit het z.g. Land van Hoboken, daar, waar thans het Dijkzigt-complex is gesitueerd, toen een open vlakte. Een Duitse cavalerie-officier fungeerde als keurmeester. Gerrit herinnert zich: "Die had een prachtig glad-lakens uniform aan behangen met allerlei distinctieven!" Het was echter zeer de vraag of Pax afgekeurd zou worden, groot, met gezond glanzende huid en bezield met jeugdig vuur zag je hem zijn leeftiijd niet af! De mededeling dat het een oud, achttien-jarig paard was, werd dan ook met het nodige wantrouwen aangehoord. Maar, na een deskundige blik in de mond van het dier moest de officier toegeven, inderdaad, achttien jaar. Gerrit zowel als broer Arie spraken een aardig mondje Duits, vooral Arie die voor de oorlog op verscheidene Duitse molens "gemulderd" had. Dus werd in vloeiend Duits een zielig verhaal afgestoken. Het paard hadden ze achttien jaar (!), het was nog een jong van hun vorige paard, ze waren er zo aan gehecht en hij was zo lief! Der Herr Officier zou toch niet op zijn geweten willen hebben dat zo'n lief oud beestje de oorlog ingestuurd werd?! In ieder geval werd hier een dermate gloedvol betoog afgestoken dat dit blijkbaar het gemoed van de Duitser week maakte, hetgeen resulteerde in de kreet: "Nach Hause!" in plaats van: "Verkauft!" Verkocht, jawel; gewoon in beslag genomen met als vergoeding een fooi die in geen verhouding stond tot de werkelijke waarde van de dieren... De Kluiten dus naar huis, mét paard en Ausweis waaruit bleek dat Pax wegens ouderdom was afgekeurd.


Pax placht de nachten door te brengen in een stal aan de Ommoordsestraat. Boven die stal woonde de voerman in vaste dienst van de firma Kluit, "Ouwe Jacob" genoemd of geheten. Deze meldde zich op een ochtend aan de molen met de mededeling: "Het paard is weg!" Dat dit bericht consternatie verwekte behoeft geen betoog. Bij nader onderzoek ter plaatse bleken geen braaksporen aanwezig; het houtwerk en hang- en sluitwerk van de staldeuren waren in ongeschonden staat. Dit was natuurlijk vreemd, ouwe Jacob had niets verdachts gehoord of gezien hoewel hij regelmatig alles controleerde. Bij de gebroeders Kluit gingen de gedachten naar een valse sleutel en een vaag vermoeden dat op een of andere manier Jacob hier toch bij betrokken was. Maar meer dan een vermoeden was dit niet, er kon dan ook niet over gesproken worden. Was Ouwe Jacob te loslippig geweest?


Er werd actie ondernomen, de inmiddels bekende advertentie werd geplaatst, er werden bovendien pamfletten met dezelfde inhoud aan diverse lantaarnpalen bevestigd. De toenmalige directeur van de GG&GD welke met de familie Kluit bevriend was en beroepshalve nog in het bezit van een automobiel was die zelfs nog op echte benzine liep (de meeste van de nog maar weinige auto's reden op houtgas gestookt in een achter de wagen hangende kachel..) hoorde van de rampspoed en bood aan samen met Gerrit wat te gaan rondrijden en overal goed uit te kijken.


Ze reden richting Capelle, richting Bleiswijk, keken in weilanden en achteraf gelegen stalletjes en schuurtjes, praatten met boeren, maar alles zonder resultaat. Tot op de huidige dag is er geen spoor meer van Pax teruggevonden.


Gerrit twijfelt er eigenlijk niet aan of zijn paard destijds is geslacht en opgegeten. Het enige waar hij zelfs nu nog over in zit: "Als ik maar wist hoe hij geslacht was!" Dierenvriend als hij is vindt hij het een onverdraaglijk idee dat dat (klandestien) slachten toendertijd op primitieve wijze gedaan werd door amateurs in achteraf gelegen schuurtjes.


In ieder geval moest het molenaarsbedrijf het toen zonder paard doen; aan een ander goed paard was natuurlijk niet meer te komen. Overigens, dat bedrijf liep best in de oorlog, zeker in vergelijking met de vooroorlogse crisistijd, waarin eigenlijk geen droog brood te verdienen was. Er werd in de oorlog veel voor particulieren gemalen die met partijtjes graan aan de molen kwamen. Ook Duitsers kwamen soms met vrachten graan die ze gemalen wilden hebben. Die hoefden daarvoor niets te betalen maar als tegenprestatie werd hun gevraagd om wagenlading aardappelen uit de Hoekse Waard een (sperrgebied!) te gaan halen wat ze ook prompt deden... Van al dit voedsel werd veel gratis uitgedeeld aan diaconieën van kerken en andere instellingen die er maaltijden van bereidden. Schrijver dezes heeft als Rotterdams jongetje in de hongerwinter enkele malen een maaltijd mogen genieten, erwtensoep, stamppot, die door de kerk verstrekt werd en ongetwijfeld Kluit-ingrediënten bevatte.


Staartje


Hier eindigt het oorspronkelijk artikel. Echter, enkele jaren geleden kreeg dit verhaal onverwacht nog een staartje. Ik Debra, was op bezoek bij een oude vrouw van onze kerk en zij vertelde dat zij tijdens de hongerwinter zwanger was en dat op een zekere avond haar neef langs kwam met een pakje. In het pakje zat... een groot stuk paardenbiefstuk! Van het paard van de Molenaar', werd haar verteld. Jammer genoeg leefde mijn schoonvader (Gerrit van Driel Kluit) niet meer, dus ik kon hem niet vertellen dat zijn lieve paard geholpen heeft om deze zwangere vrouw een gezond kind ter wereld te helpen brengen.






Reacties

Populaire posts van deze blog

Waarom zijn wij Molenaars geworden?

Oorsprong van de naam Kluit