Waarom zijn wij Molenaars geworden?
![]() |
| Familie Arie Kluit voor de Goidschalxoordse molen |
In Leen Arie’s familie heerste de gedachte dat zij Molenaars waren geworden in 1818 omdat hun voorouder Cornelis Kluit patriot was, en werd hij, toen de Prins van Oranje terug kwam uit Engeland van zijn ambten ontzet en ook zijn nakomelingen mochten “ten eeuwigen “ dage geen wereldlijke ambten meer vervullen.
Toen onze zoon Arjen was geboren heeft Leen Arie’s vader Gerrit een briefje gemaakt met het title “Als Napoleon de slag bij Waterloo niet had verloren dan waren wij nu geen Molenaars op Molen “De Walvisch” te Schiedam” (zie hieronder)
Arjen en ik zijn een keer op onderzoek eropuit naar het familie geschiedenis centrum in Heinenoord en wij vonden aanwijzingen naar een heel andere reden dat zij Molenaars zijn geworden. Arjen heeft ook in Den Haag bij het Archief nog veel meer informatie hierover gevonden en heeft toen het volgende geschreven.
“In 1818 werd Kornelis Kluit, zoon van Cornelis Kluit, molenaar in Godschalixoord, een klein gehucht in de Hoeksche Waard. Veel van zijn nakomelingen zouden ook molenaar worden. Zijn oudere broer daarenteen was notaris , burgemeester van Mijnsherenland en lid van de Provinciale Staten van Holland. Veel van zijn nakomelingen zouden ook burgemeester worden of hoge posten bekleden. Een groter verschil is niet denkbaar, de een was een simpele molenaar, de ander een notabele. Hoe valt dit verschil te verklaren? Daarvoor moet het leven van Cornelis Kluit verteld worden.
Cornelis Kluit wordt op 16 december 1758 geboren als oudste zoon van Ludovicus Kluit en Abigeal van Driel. Zijn vader is predikant van Zuid-Beijerland en zijn moeder komt uit een invloedrijk geslacht in de Hoeksche Waard, haar broers hebben belangrijke bestuursfuncties in deze streek. Voor de jonge Cornelis ligt dus een goede toekomst in het verschiet. Hij gaat schrijven bij een notaris en wordt in 1785 notaris. Wanneer hij 21 jaar is krijgt hij zelfs de post van substituut-schout, een soort vice-burgemeester, van Goudswaard een plaats in de Hoeksche Waard. Deze post heeft hij waarschijnlijk gekregen door de invloed van zijn oom Jan van Driel die de heer van Goudswaard was en het recht had publieke functionarissen te benoemen. Cornelis Kluit kreeg spoedig ook andere bestuurlijke posten. In 1781 werd hij penningmeester van Nieuw-Beijerland. De belangrijkste post kreeg hij echter in 1783, toen hij 25 jaar was, hij werd toen schout en secretaris van Mijnsheerenland en Maasdam.De schout kan men enigszins vergelijken met een burgemeester; hij was de hoofd van het lokale bestuur en was verantwoordelijk voor de openbare orde in de gemeente. Er was toen nog geen scheiding der machten en de schout was ook de voorzitter van de lokale schepenrechtbank. Het feit dat Cornelis Kluit als notaris over juridische kennis beschikte is zeker een factor geweest dat hij schout werd. Toentertijd werd er onder meer door schepenen, leken, rechtgesproken. Iemand met enige juridische kennis was dus nodig om de rechtmatigheid van de vonnissen te waarborgen. In deze tijd begon ook de patriottenopstand. Het is echter niet duidelijk in hoeverre Cornelis sympathiseerde op dit moment met de patriotten en in hoeverre hij daarvaan profijt had. Hoe dan ook, hij was verstandig genoeg om in 1787 de eed aan het erfstadhouderschap af te leggen en bleef zijn posten behouden.
Ook op persoonlijk vlak is hij succesvol. In 1785 trouwt hij Maria Specht, de dochter van een predikant. Een jaar later wordt zijn eerste zoon Ludovikus geboren. In 1787 gaat hij in Mijnsheerenland wonen, hij koopt een huis aan de dorpsstraat voor negenhonderd gulden. Zeer waarschijnlijk verbouwt hij dit huis tot een herenhuis. Wanneer het huis wordt verkocht heeft het een waarde van F 3400, en het wordt zo beschreven:
Een extraordinair hegt, perk en binnen weinige jaren nieuw aangelegd heerenhuis en schuur met een tuin daaraan geteekent 43 staande en gelegen op het aangenaamste van 't dorp van Mijnsheerenland van Moerkerken belent ten oosten Huibert Rietvelt en den dorpswatering, ten westen 't grote kerkeslop, ten zuiden de dorpsstraat en ten noorden Pieter Rijsdijk. Bestaande het voorzegde huis in drie benedenkamers, waarvan er twee behangen zijn, regenbak en kelder, drie bovenkamers, turfhok,zolderfliering en verdere commoditeiten.
Niet alleen zijn huis is aangenaam, ook zijn andere bezittingen zijn aangenaam. Zijn totale bezittingen, waaronder meer zilveren bestek, boeken, een buffet en een
secretaire zijn bij de verkoop F 2160 waard. Ter vergelijking wanneer Cornelis Kluit in 1791 een huisje koopt op een naburig erf van een weduwe betaalt hij daar honderdtwintig gulden voor. Cornelis Kluit was dus een vermogen en invloedrijk persoon in de Hoeksche Waard.
Op 10 december 1808 verandert dat echter drastisch en maakt hij een diepe val. Hij wordt door de rechtbank failliet verklaard en er worden curatoren aangesteld om zijn schulden te gaan inventariseren en om zijn bezittingen te verkopen. De oorzaak van zijn faillissement is niet echt duidelijk. In die tijd beleefde Nederland een zware economische recessie. De Franse keizer Napoleon gebruikte Nederland als geldkoe om zijn oorlogen mee te finacieren. Uiteindelijk moest de belastingbetaler die bijdrage betalen door hogere belastingen. In die tijd mocht Nederland ook geen handel drijven met Engeland, voor de Nederlandse economie was dat een grote klap. Het is goed mogelijk dat Cornelis Kluit door de hogere belastingen minder geld had om zijn schulden mee af te betalen en daarom failliet ging. Na zijn faillissement moet hij zijn posten van notaris en schout neerleggen. Zijn huis
en overige bezittingen worden in Grasmaand 1809 verkocht op een openbare veiling. Het huis wordt verkocht aan de kerk van Mijnsheerenland die het als pastorie gaat gebruiken. Voor zijn kinderen kan hij vanwege zijn faillissement niet meer zorgen. De kosten van hun opvoeding wordt door de familie van zijn moeder van Driel betaald. Deze familie is tevens zijn grootste schuldeiser. Jan van Driel en Jacob van Driel hebben hem op 1796 een hypothecaire lening van 7600 gulden verstrekt en later nog een obligatie van 5000 gulden. Ze betaalden voor hem het belastingsgeld dat hij, waarschijnlijk als belastinginner, nog aan het gewestelijke bestuur verschuldigd was. Op 28 december 1796 treedt hij ook af als secretaris en ontvanger der verponding van Maasdam. Er is geen bewijs voor een verband, maar het is erg toevallig dat in hetzelfde jaar dat zijn ooms een belastingschuld van hem betalen, hij aftreedt als ontvanger van de belasting in Maasdam.Uit de afwikkeling van zijn faillissement blijkt ook een ander interessant gegeven. Hij schijnt het gemeentebestuur van Mijnsheerenland nog circa 3800 gulden aan belasting verschuldigd te zijn. Dit geld had hij ontvangen als belastinginner en had hij moeten betalen aan de gemeente, maar had hierover gezwegen. Deze gegevens laten zien dat Cornelis Kluit op zijn minst erg slordig is omgesprongen met het ontvangen belastinggeld. Als hij het geld direct betaald had en niet in zijn zak had laten zitten, zou hij minder schulden hebben gehad.
Zijn oudste zoon Ludovicus was al afgestudeerd en is ook notaris geworden in Mijnsheerenland en ook later Burgemeester, maar zijn jongste zoon Kornelis heeft een opleiding als timmerman gevolgd omdat er geen geld meer was voor een universiteit opleiding. In 1818 heeft zijn oudere broer Ludovicus de Molen in Goidschalxoord voor Kornelis gekocht. “
Sindsdien is onze familie Molenaar geweest tot dat onze zoon Arjen, 200 jaar later Bestuurs Recht studeerde en nu bij de Raad van Staat werkt.
![]() |
| Informatie over Ludovicus Kluit (oudste broer van Kornelis) |
![]() |
| Brief van Gerrit van Driel Kluit |
![]() |
| Cornelis Kluit’s huis in Mijnsheerland |
![]() |
| Jacob Kluit (broer van Kornelis) |





Reacties
Een reactie posten